“Nooit een saaie voorstelling”

Een vraaggesprek met Hedy Grünewald, één van de mensen van het eerste uur. Ze was jarenlang vormgeefster van Drieons en tekende voor de decors en de kleding. Nu maakt ze deel uit van de tweehoofdige leiding.

Hedy Grünewald (1955, Uden) stond aan de wieg van Drieons, samen met haar partner René Jagers. Het was haar broer Roy die met zijn Theaterlab, de jongerengroep van Gunda in Uden, de jonge Hedy op het spoor zette van theater. Dat spoor leidde haar uiteindelijk naar theatervormgeving. Ze tekent voor het toneelbeeld, de decors, de kostuums. 
De Indonesische sfeer waarin ze opgroeide, proef je in haar decors: kleurig, gedetailleerd, nauwkeurig. “Mijn moeder was creatief met koken. Het overheerlijke eten werd altijd in een kleurige rangschikking geserveerd. Als ik met bepaald materiaal werk, denk ik aan de manier waarop zij bij voorbeeld de boontjes sneed en opdiende. De waarde van het kleine, de zorgvuldigheid, dat heb ik van haar.”
De decors van Grünewald kenmerken zich ook door speelsheid. Als het gaat om de paranormale mrs Brown, beweegt er plots een bloem in het behang. In de dansvoorstelling Brenda en Marcel is het toneelbeeld bewust even chaotisch als de relatie van het tweetal. En bij Fiets is met eenvoudige middelen (kleine maquettes en grote wandposters) het maximale effect bereikt. Het decor, de kostuums, het multimediale, ze zijn altijd in het oog springend.

Het toneelbeeld moet dienstbaar zijn aan de voorstelling. Is dat lastig?
Ik probeer het decor te doseren. De tekst en de handeling kunnen vertrekpunt zijn, maar ook de muziek, de andere keer is dat dans of de vormgeving. Het samen knutselen aan een voorstelling, dat vind ik heerlijk. Bij de kindervoorstelling Prettig Verdwaald (2005) en ook bij Krok au Dille (2003) was vormgeving het uitgangspunt.

Bezie je de wereld met ‘theaterogen’?
Ja, ik observeer altijd met het oog op theater. Mijn hoofd is het grootste archief. Thuis heb ik veel rommeltjes: plaatjes, stofjes, friemeltjes. Ik denk dat ik ze ooit nog kan gebruiken.
 
Wat is jouw mooiste voorstelling?
Veldschmerz (naar het boek The Heart of the Country van Coetzee). Ik wilde de vervreemding en de grap in het toneelbeeld. Het waren heel aardse materialen en kleuren. De vloer bestond uit portretten van de hoofdrolspeelster. Ik had er opgezette beesten, een stoel met hertenpootjes, pick-upjes met opgezette Vlaamse gaaien. Dat laatste zou nu niet meer kunnen.

Is je Indonesische afkomst te zien in je werk?
Jazeker, door het ritme, de kleur en de nauwkeurigheid. Vooral mijn vroegere werk verraadt heel direct mijn afkomst, zoals de op batik geïnspireerde vloer bij Veldschmerz en de neerkijkende apen in Robinson. 

Hedy Grünewald groeide op in Uden, de plaats waar ze is geboren. Haar ouders zijn afkomstig uit Indonesië – midden Java- waar ook haar twee oudere broers zijn geboren. Haar vader is als Knil-militair gerepatrieerd naar Nederland. Hij werd zoals alle andere Knillers gedegradeerd, iets wat haar nog steeds ergert.  Haar vader weigerde bij de pakken neer te zitten en wist een baan te verwerven bij de luchtmachtbasis in Volkel. Haar moeder moest wennen aan een bestaan zonder kokkie, maar was daar vrij nuchter onder. Beiden hebben in Jappenkampen gezeten. “Gelukkig konden ze daar goed over vertellen.”

Het gezin moet bijzonder zijn geweest in Uden.
We waren de eerste donkergetinte mensen in Uden en ze vonden ons grappig en vreemd tegelijk. Uden was toen nog een boerendorp, wij woonden in een gewone straat waar ik met de Udense kinderen uit de buurt speelde. We hadden andere spulletjes, rare geurtjes. Het was een open huis waar iedereen welkom was, heel anders dan de strakke Nederlandse regels. In Uden ben ik positief gediscrimineerd: ik was het curieuze donkere meisje. Ik ben vertrouwd met twee culturen en dat is een cadeau.

Ben je grootgebracht in een cultuurminnend gezin?
Mijn vader speelde gitaar en bas in een band in Indonesië. Hij had het liefst gezien dat we allemaal de ambtenarij in waren gegaan: dat we zouden kiezen voor een zeker bestaan. Een muzikale broer is ambtenaar geworden, de ander was theaterdirecteur in Gorcum en heeft nu een evenementenbureau. Dus cultuurminnend? We zijn wel grootgebracht met verhalen uit Indonesië, de stoere jongensverhalen van vader en de nostalgische verhalen van oma met wie ik de slaapkamer deelde. Ik was altijd wel in de weer met dingetjes. We hadden thuis een radiokastje met spulletjes, daar maakte ik altijd mijn eigen decortjes.

Hoe ben je in de theaterwereld terechtgekomen? 
Met een lange omweg. Mijn vader stuurde me naar Schoevers, een degelijke secretaresse-opleiding. Ik heb daarna als secretaresse gewerkt om geld te verdienen voor een wereldreis, samen met René. We zijn in 1975 naar Indonesië gevlogen en teruggereisd over land, een jaar lang. Deze reis is heel belangrijk geweest. Al die culturen in landen waar je toen niet zo gauw naar toe ging: Laos, Nepal, Afghanistan, Iran. Die beelden en sferen gaan levenslang mee en die vind je terug in mijn werk. Toen ik terug was, wist ik dat ik iets creatiefs wilde. Het werd modevormgeving bij de academie voor beeldende kunsten in Arnhem. Ik was 24 jaar toen ik begon en 29 toen ik afstudeerde.

Hedy Grünewald  richtte zich tijdens haar studie al snel op theater. Ze liep stage bij decorontwerper Paul Gallis van Globe en kostuumontwerper Rien Bekkers van het Publiekstheater (nu Toneelgroep Amsterdam). Inmiddels was ook Ons-theaterproducties opgericht, waarvoor ze eveneens de decors maakte. Kort daarna werd ze de scenografe van Sam Bogaerts van Globe. De eerste voorstelling daar was het spraakmakende Hamletmachine/Egofiel. Ze werkte eveneens voor De Witte Kraai, Mannen van de Dam, Introdans, Het Zuidelijk Toneel, NTG Gent, Malpertuis, Het Gevolg, Kopergietery, Ikon-televisie etc. De laatste jaren is ze ook actief als gastdocente voor ondermeer de Fontys Academie voor Drama en het ROC. Ze is verantwoordelijk voor op één na alle producties van Drieons, wat betreft toneelbeeld, kostuums en rekwisieten. Naast dat alles is ze moeder van Anna, haar dochter van 14 die op dit moment kiest voor dans.

Wat was het streven van Drieons in de beginjaren?
Als we in die tijd naar toneel gingen, viel het altijd tegen en vonden we dat het anders moest. De intentie was op een eigenzinnige manier theater maken. We hielden ons niet bezig met publiek. We vonden belangrijk om het te doen en als er publiek kwam, was dat mooi meegenomen. We wilden onze speeltuin vergroten.

Is de speeltuin inmiddels groot genoeg?
De speeltuin wordt nog steeds groter. Ik blijf ontdekken, het is altijd nieuw. Iedere productie heeft weer zijn eigenzinnigheden. Iedereen treedt telkens weer buiten het paadje. Ik wil een vormgeving die een tegenkracht is tegen het verbale en muzikale. Er moet iets wringen of iets aan toevoegen. Tegelijk probeer ik er wat lichtvoetigs in te brengen, een grapje.

Is Drieons veranderd?
Ja, alleen al door de invloed van andere mensen. Het publiek is belangrijker geworden. Het kwajongensachtige van de beginjaren is gebleven, maar het is wel gestructureerder geworden. Bij de laatste voorstellingen wordt de vormgeving steeds zuiverder: een duidelijk beeld, zonder fratsels. Drieons wordt ook meer disciplinair: spel, dans, beeld, film, video, muziek.

Wat typeert Drieons?
Dat zijn  de verrassende wendingen binnen onze stukken. Het mag een beetje raar zijn. Het is eigenzinnig, soms wars en altijd bijzonder wat Drieons doet. We zoeken samen stukken, kiezen wisselende en spannende combinaties van spelers en medewerkers en komen zo tot steeds nieuwe vormen en oplossingen. Het is heerlijk om op deze manier te werken, We zijn daardoor wel moeilijk te plaatsen. Het publiek weet niet wat het kan verwachten. Het houdt ons jong en bij de tijd. We hebben nog nooit een saaie voorstelling gemaakt.
 
Wat is mislukt?
Na een lange stilte: we hebben te weinig landelijke bekendheid, terwijl we interessante  dingen maken. Maar ja, we willen ook doen wat we doen. Het is alleen jammer als dat niet wordt opgepikt, zoals bijvoorbeeld Mrs Brown. Een ontroerend mooie voorstelling. We liggen bij theaterdirecteuren onder in de stapel. Een mislukte voorstelling? Geen enkele, ik wil niets wegpoetsen uit mijn geheugen.  Ieder maakproces is een ontdekking.

Hoe belangrijk is Drieons voor jou?
Drieons is een groot deel van mijn leven, en mijn gedachten. Ik voel me heel bevoorrecht om op deze manier met gelijkgestemden dingen te creëren. Ik ben nooit een maker geweest . Ik zet nu heel voorzichtig mijn eerste stappen in die richting, maar ik ben nog altijd vooral vormgever. Ik hoop dat we met Drieons weer biografische stukken gaan maken, zoals vroeger  (Marietje Kessels, Zwarte Ruiter). Het is heerlijk om je in te leven in het verhaal van de ander. Ik ben gek op biografieën en documentaires. Dat genre is eindeloos.

Wat was je zonder Drieons geworden?
Nou, ik wil nog steeds in het buitenland werken, in Indonesië, iets met kansarme kinderen, iets sociaals en heel direct. Werken met mensen, samen dingen doen en je in hen verdiepen. Net als bij het theater eigenlijk, net als in een biografie.

Copyright Tekstbureau Westpoint, maart 2010