“Op zoek naar waanzinnige redenaties”
Jacq Palinckx ontwikkelde zich bij Drieons tot theatermaker. Van huis uit was hij eigenlijk tekenleraar die gitaar leerde spelen. Van 1989 tot 2009 was hij verbonden aan Drieons als componist, gitarist en regisseur.
Grijze bos krullen, in opperste concentratie gebogen over de elektrische gitaar. Naast hem ligt keukengerei en wat dies meer zij in het gelid. Jacq Palinckx (1959) beroert de snaren met een spatel, even later strijkt hij een stukje lego-rail langs zijn gitaar. Het resultaat? Geluiden, liever gezegd muziek, die wonderwel bij de handeling op het toneel past.
Absurd? Theatermaker Palinckx zal de eerste zijn om dat te beamen. Hij is geobsedeerd door het absurdisme. Hij maakte voor Drieons de absurde voorstellingen Oh Nul en Finn.
Op de keper beschouwd is het absurdisme de rode draad in zijn werk. Het heeft hem en Drieons op bijzondere sporen gezet. “Ik hou van juxtaposition, het tegen elkaar plaatsen van de dingen. En in het absurdisme is dat gebruikelijk. Een onverwachte combinatie geeft een verrassende kijk op de zaak, brengt iets nieuws teweeg. En het is niet nieuw hoor: het late werk van Beethoven, vanaf opus 127, heeft juxtaposition. Dat raakt aan het absurdisme.”
Zijn werkwijze is ooit omschreven als het opensnijden van andermans werk totdat de bouwstenen overblijven en die stapelt hij weer op tot een nieuwe creatie waarin het fundament herkenbaar is. In zijn visie is muziek niet voorbehouden aan muziekinstrumenten. Overal zit muziek in: in een zwiepende stofzuigerslang, een dildo of in een dichtslaande deur die de stilte verscheurt. Palinckx onderzoekt klanken en probeert die te ordenen. “Ik ben op zoek naar de wetmatigheden en vaak creëer ik die zelf. Het zoeken naar dat eigen systeem is essentieel bij het componeren.”
Je bent wel eens chaosgitarist genoemd. Ben je in staat om het instrument gewoon te bespelen?
De elektrische gitaar is voor mij in eerste instantie een abstract klankinstrument. Pas na enkele jaren begon ik de elektrische gitaar ook gewoon te bespelen. De laatste jaren van mijn groep “Palinckx” was ik 75 procent van de tijd haast een conventionele rock-gitarist. Drie jaar geleden deden we zelfs een programma met alleen muziek van de Beatles. Ik ben toen eigenlijk voor het eerst serieus Beatles-liedjes gaan studeren, de originele licks op het juiste moment. Maar, voor mij blijft een elektrische gitaar een kruising tussen een akoestische gitaar en een elektrisch apparaat. Het voelt totaal logisch voor mij om meer dan alleen maar gewone loopjes erop te spelen. Ik ben overigens lang niet de niet de eerste die dit doet, ik voel mij een onderdeel van een lange traditie van “onconventionelen”.
Die bijzondere omgang met de gitaar heeft Palinckx geen windeieren gelegd. Hij is een gevierd musicus, in 1992 gelauwerd met de Podiumprijs voor geïmproviseerde muziek van de Stichting Jazz Nederland. Hij maakte samen met zijn broer furore met hun groep Palinckx., die negen albums uitbracht. Bij Drieons, vanaf 1989, ontwikkelde hij zich van musicus en componist tot theatermaker. Palinckx schetst die ontwikkeling als een organisch proces waarbij sommige dingen hem overkwamen. “Ik kreeg een band, ineens kwam er een lp uit. Ons derde optreden was al meteen live voor de radio,in 1982. Niko Langenhuizen kreeg toen een prijs van de VARA , en onze band werd uitgenodigd door Niko. We waren een clubje muzikanten die iets anders wilden spelen dan traditionele jazz.”
Je hebt een indrukwekkend cv. Ben je tevreden?
Ik ben redelijk tevreden over alles wat ik heb gemaakt. Maar is een periode geweest, zo rond 1987, met de grote Palinckx-band, dat ik muziek maakte die ik nooit meer zal herhalen. Een leraar compositie zou daar veel op aan te merken hebben: veel te vol, te gecomprimeerd. Je hoorde te veel de drang om te componeren en te weinig muziek. De muziek moet het werk doen vind ik.
Jij en je broer verdienen jullie sporen in de muziek. Zijn jullie in een muzikaal gezin geboren?
Nee, helemaal niet. Mijn vader speelde weliswaar accordeon en was daarmee de muzikaalste van heel de familie, maar Bert en ik vonden dat hij te hard speelde. Mijn moeder had geen kijk op muziek. Ik ben het oudste kind, Bert is drie jaar jonger. We zijn geboren en getogen in Tilburg. Mijn vader werkte als schilder bij de technische dienst van AaBe, mijn moeder was huisvrouw. Ze was een sociale vrouw. Opa en oma hebben lang bij ons ingewoond. Mijn moeder is enkele jaren geleden overleden, tijdens de reprise van de voorstelling Fiets. Mijn vader enige tijd daarna in januari 2009.
Palinckx groeide op in Tilburg, volgde de middelbare school en liet zich scholen tot tekenleraar aan de Tehatex. Hij haalde het diploma en heeft zich er vervolgens beroepsmatig niet meer mee bezig gehouden. “Op de Tehatex zocht ik een hobby. Dat werd de klassieke gitaar. Ik nam gitaarlessen en studeerde elke avond renaissance muziek op de zolderkamer, puur als ontspanning.”
Waardeerden je ouders je muziek?
Ze waren ongelooflijk trots op ons. Zij vonden: Bert en Jacq hebben gestudeerd, dus zal het wel goed zijn. Ze gingen vaak naar een optreden, tenzij het te ver weg was. Ik herinner me een schattig moment, waarbij ik het nooit droog kan houden. Een optreden in Groningen, live voor de radio. Ze konden er niet bij zijn. Mijn ouders zijn voor de radio gaan zitten, een glaasje wijn er bij. Ze hebben er thuis een avondje uit van gemaakt. Een goede jeugd? Ja, ik vind zelf dat ik een geweldige jeugd heb gehad.
Wat is het verschil tussen geluid en muziek?
Zoals gezegd: zodra geluid ordening heeft, is het muziek. Slagwerkers kunnen een dichtslaande deur naspelen, maar de deur zelf kan ook. Er zijn twee extreme kanten die ik probeer te verenigen: die van de ordening en de chaos, want de laatste houdt je wakker. Ik wil muziek een pittiger soort orde meegeven. Laatst hoorde ik een harpconcert in de Hasseltse kapel. Dat was alleen maar mooi, ik zou daar iets aan toe willen voegen. De wereld is niet alleen maar mooi. Mijn schoonheid heeft ook lelijkheid in zich. Anders wordt het gelikt en dat maakt me kriegelig.
Wie is je grote voorbeeld?
“Ik ben een grote fan van Ustvolskaja, een oude dame uit Sint Petersburg. Ze maakte compromisloze muziek, unheimische muziek met alleen maar agressieve klanken, erg uitgebeend. Om dat te kunnen beluisteren moet ik in een masochistische bui zijn. Maar ik ben vooral op zoek naar serieuze kunstuitingen die een lichtvoetigheid in zich hebben. En dan is mijn grote held Mauricio Kagel, dé man die muziektheater ontwikkelde. Net als Kagel ben ik in het theater op zoek naar waanzinnige redenaties en naar absurde uitwerkingen. Ik vind het uitermate interessant als de wetmatigheden van de muziek het theater een onverwachte kant opsturen. Ook heeft muziek van zichzelf een sterke theatrale werking. Een voorbeeld: het maakt uit of de tuba wordt gespeeld door een grote zware man of een klein meisje. Dertig seconden de lage f van de tuba spelen, is zwaar werk. Dat mag te zien zijn, laat dat kleine meisje maar zichtbaar en hoorbaar naar adem happen. De muzikant is dan een personage geworden.
Wat zoek je in het theater?
Een van de aantrekkelijke kanten van muziek is dat je het doet met meer mensen en je krijgt onmiddellijk feedback. Dat is misschien wel de belangrijkste reden dat ik van de beeldende kunst naar de muziek ben overgestapt. Muziek maken is een sociaal proces. Repeteren, het concert, het publiek. Muziek moet je telkens opnieuw creëren.
Theater heeft ook dat alles, maar bovendien de rust. De eerste repetitie, de detaillering van het repetitieproces, het onderzoek om de dingen scherp te krijgen. In de muziekwereld heerst er vaak zo’n enorme haast.
Plus de manier van samen maken bij Drieons. Er was vanaf het begin een organisch samengaan van de diverse disciplines: spel, dans muziek, beeld. Zeer inspirerend. Om dat alles ben ik zo lang blijven hangen.
Palinckx heeft zijn werk voor Drieons eind 2008 op een laag pitje gezet. Hij koos voor een sabbatical year in 2009 en besloot daarna alleen nog op incidentele basis voor het gezelschap te werken, niet meer als beleidsbepaler in een artistiek team. Hij voelde zich teveel hét gezicht van het makerscollectief worden en zag zijn agenda te veel bepaald door het theatergezelschap. Hij wilde tijd vinden om nieuwe paden in te slaan.
De laatste jaren had je een groot stempel op Drieons gezet. Mrs. Brown, Finn, Fiets en niet te vergeten Hitch, Kafka on Ice. Hoe bedenk je het allemaal?
Het is mijn tweede natuur om alles te bezien met de gedachte of het iets is voor theater. Het startpunt kan van alles zijn. Ik fiets bijvoorbeeld zelf, ik lees veel. Onderweg zetten zich ideeën vast in mijn hoofd. Dat idee groeit als een virtueel gezwel waaraan zich van alles en nog wat vast haakt. Ik zie de Tour de France, het gevecht, en ik denk aan het Combattimento van Monteverdi want daarin zit eenzelfde dramatiek. Ik weet dat oud-wielrenner Peter Winnen over fietsen schrijft en ik vraag hem voor de tekst. Op een gegeven moment valt de puzzel in elkaar, dan weet ik dat het de moeite waard is om het theatrale circus in gang te zetten en er anderen bij te halen. Binnen Drieons was ik dus vaak de initiatiefnemer, maar dan schoof de rest bij. Dat overleg was een ingewikkeld en interessant proces bij Drieons. Trouwens, veel ideeën haalden het niet.
Hoe ben je bij Drieons terecht gekomen?
Ik ging wel eens naar ‘t Heks, waar Drieons voorstellingen gaf. Ik werd gevraagd mee te doen in 1989. Ik ben blijven hangen. Ik heb voor vrijwel alle voorstellingen muziek gemaakt.
Hoe heb je Drieons ervaren?
Een lastige vraag, want ik wás een onderdeel van Drieons. Ik heb Drieons altijd gezien als een makerscollectief: de ene keer was mijn aandeel groot, de andere keer klein. Niemand was de baas.
Drieons heeft me gevormd. Dankzij Drieons weet ik hoe theater werkt, en hoe we meer mensen kunnen binnenkrijgen dan alleen de theaterkenners. Alles wat ik weet, heb ik geleerd bij Drieons. Het gezelschap is in staat om diverse disciplines op een unieke manier bij elkaar te brengen. In de voorstellingen is altijd een aards soort gewoonheid, vanzelfsprekendheid. In een goede Drieons-voorstelling zit humor en relativering, terwijl het altijd gaat over grote belangwekkende dingen en daar lopen we niet mee te koop.
Met een brede grijns: “Bij Drieons gaan altijd mensen dood, zonder al te grote emotie. Er sterft nogal wat.”
Copyright Tekstbureau Westpoint, maart 2010