“Dans an sich interesseert me niet zo”

Ives Thuwis is theatermaker, danser en choreograaf van Drieons geweest. In 2007 nam hij na bijna achttien jaar afscheid van het Tilburgse gezelschap waar hij de grenzen van zijn kunnen mocht verkennen.

Ives Thuwis (1963, Sint Niklaas) heeft bij Drieons de dans leren loslaten. Nog zelden noemt hij zich danser. “Mijn beroep is theatermaker, choreograaf.”
Kersvers van de Tilburgse dansacademie maakt hij in 1990 bij Drieons zijn debuut als tekstacteur. Dat is het begin van zijn reeks grensoverschrijdingen waar het Tilburgse makerscollectief patent op heeft. Thuwis maakt er zijn eerste (en tot nu toe enige) teksttheatervoorstelling, hij danst er en hij vervolmaakt er zijn crossmediale choreografieën. Een enkele keer waagt hij zich aan het instrumentarium van componist en musicus Jacq Palinckx en bespeelt hij een ratel of een pollepel. “Drieons is een plek geweest waar ik dingen kon doen die niet zo voor de hand lagen en die ergens anders niet gedaan konden worden. Misschien was dat het meest bijzondere: de vrijheid en het vertrouwen dat ik heb gekregen”.

Thuwis spreekt in de voltooid verleden tijd. In 2007 nam de Vlaming na bijna achttien bewogen jaren afscheid van Drieons. Hij verkiest de Kopergietery, zijn andere artistieke thuisbasis, in zijn woonplaats Gent. Hij werkt er met en voor jongeren en hij reist met zijn dansvoorstellingen door Europa. “Ik heb ongelooflijk veel meegenomen uit de bijzondere artistieke ontmoetingen bij Drieons, maar de Kopergietery heeft mij meer bepaald”, zegt hij eerlijk.

Thuwis is altijd zijn eigen weg gegaan. Ook toen hij kind was op de militaire basis in Kempen (Duitsland). Daar leefden 350 Belgische gezinnen, bezochten de kinderen het eigen schooltje en deed men boodschappen in de winkel op het kamp. Iedereen kende elkaar.

Was je een zwart schaap in dit milieu waar stoer en macho-gedrag worden gewaardeerd?
 Nee en dat stoere viel wel mee. Duitsland liep in die tijd voor op België. Wij (twee jongens en vier meisjes in het gezin Thuwis) werden naar Belgische maatstaven modern opgevoed. Mijn vader was militair, mijn moeder werkte in de winkel. De kinderen kregen veel verantwoordelijkheden: ik moest bijvoorbeeld al jong koken. We moesten ons eigen plan trekken en dat geeft veel vrijheid.
 
Wat vonden je ouders van je keuze voor dans?
Alles was vanzelfsprekend, hoewel ik de liefde voor theater niet van thuis heb meegekregen. Ik zwalkte na de middelbare school, ik wist niet wat te studeren. Ik heb een jaar geschiedenis gestudeerd en twee weken de lerarenopleiding gedaan. Beide studies heb ik niet afgemaakt, dus ze waren wel sceptisch. Zo van: we zien wel hoe lang hij het volhoudt.

De keuze voor dans moet onverwacht zijn geweest. Tot zijn negentiende jaar heeft Thuwis immers geen danspas gezet. “Ik wilde eigenlijk acteur worden, maar ik kwam niet binnen bij de toneelacademie. Toen werd het ‘maar’ dans. Ik was vijftien toen ik op tv de Bolero van Béjart zag en daarvan was ik onder de indruk. Rosas van Anne Teresa de Keersmaeker heeft me naar de dans geduwd.”
Een ongeoefende jongen van negentien naar de balletacademie? Het kan in 1987 in Tilburg, waar de dansacademie een speciaal klasje heeft voor late jongens. Thuwis voelt zich als een vis in het water. “Als snel werd duidelijk dat dans mijn ding is, meer dan acteren. Dans is mijn taal.”
Na zijn studie is de Vlaming actief bij het Danserscollectief  in Tilburg dat in 1991 ter ziele gaat. Een jaar eerder treedt Thuwis toe tot Drieons, na een telefoontje of ze iets in hem zien. Kort erna is hij acteur in Veldschmerz, naar het boek ‘The Heart of the Country’ van Coetzee. Hij is een van de twee zwarte bedienden. Het is de opmaat voor tal van producties.

Wat heb je in al die jaren bij Drieons  geleerd?
Na een lange stilte: Ik heb er geleerd de dingen los te laten, uit handen te geven, hun gang te laten gaan.

Leren compromissen sluiten?
Dat was niet nodig. We werkten samen. Bij Drieons heeft iedereen zijn specialisme. Er is groot respect voor elkaars kunde. Het maken is altijd zeer organisch gegaan.

Wat is Drieons in vergelijking met andere gezelschappen?
Je kunt ze moeilijk ergens mee vergelijken. Er zit zoveel eigens in de vormgeving en in het respectloze gebruik maken van alles wat nodig is voor de voorstelling. Wat Drieons typeert is het onbelemmerd omgaan met de disciplines. Klinkt het niet, dan botst het en laat het maar botsen. Het is elke keer anders. Je gebruikt wat je van pas komt, ook al is dat maar een beetje pingelen op de piano. Er wordt evenwaardig gewerkt.

Je bent teruggegaan naar België. Verschilt theater in België met dat in Nederland?
Jawel, hoewel het theater in Brabant aanleunt tegen het Vlaamse theater. Wij zijn minder geaffecteerd en betuttelend, wij zijn meer beeldend en abstracter. Het is minder kunst, het is echter.

Dus je wilt geen kunst maken.
Ik zeg dat vaak. Je ziet het vooral bij jongeren, die pathetiek, die symboliek die ze erin willen leggen. Ik roep dan: we maken geen kunst, kunst moet je gewoon doen.

Wie is je grote voorbeeld?
Pina Bausch, die is mijn God.

Thuwis’ laatste voorstelling bij Drieons is in 2007 het integere Bloedzusters. Het is een van de laatste keren dat hij zelf danste. De voorstelling is weinig gezien. Thuwis: “Bloedzusters was eigenlijk pas af bij de laatste keer in Amsterdam, toen pas was de voorstelling gerijpt. Het was een ambitieuze voorstelling. Het was veel. Bloedzusters is een te vroege dood gestorven en dat is jammer. Het speelt nog in mijn hoofd. Misschien doe ik ooit nog iets mee. Mijn sublieme voorstelling? Dat is elke voorstelling. Ik heb er diverse gemaakt die echt goed waren. Daar zit zeker Hitch bij (naar Alfred Hitchcock), erg geestig en inventief camerawerk met zeer eenvoudige middelen.”

Welke dansvoorstelling zou je nu willen maken?
Een voorstelling over agressie als fenomeen. Over agressieve intolerantie en dan bedoel ik niet buitenlanders. Ik bedoel de intolerantie die zich uit in kleine dingen zoals mensen die niks verdragen in het verkeer. Is het waar dat dit toeneemt, of is dat alleen mijn indruk? Ik heb geen idee hoe ik dat moet vorm geven. Dat is eigen aan theater maken: je begint met onderzoek. Als het onderzoek mislukt? Het lukt vaak wel om er nog iets van te maken want het is uiteindelijk mijn vak.

Wil je met je danstaal de tijd ontleden of wil je psychologiseren?
Dat is nooit bij me opgekomen. Ik ben wel bezig met de tijd, ik heb veel vragen en onbegrip over hoe de dingen zijn.

Vlakbij loopt een meisje op straat met een mobieltje aan haar oor. Ze loopt met verende pas. Is dit een beeld dat je kunt gebruiken?
Nee. Ik heb geen theorieën over dans. Ik heb geen systeem. Het is altijd anders. Ik chargeer nu, maar dans an sich interesseert me niet zo. Dans is energie, ik houd van die energie. Wat mij boeit is het werken met beelden, niet met je verstand. Dat je ontroerd raakt puur op je gevoel. Als ik een voorstelling zie waar dat alles samenkomt, begin ik direct te wenen.

Wat zijn jouw thema’s?
Samen alleen zijn, eenzaamheid, onvermogen tot communicatie, om zich te uiten. Mijn werk gaat over emoties, ontroering, meer dan over concrete zaken. Het typerende van mijn werk is de melancholie en het gevoel van: wat valt er te zeggen?

Dat klinkt gelaten. Alsof er niets meer te zeggen valt omdat je overgeleverd bent aan…  
Nee, er is juist nog veel te zeggen. Het is voor mij niet afgelopen.

Copyright Tekstbureau Westpoint, maart 2010