Rosemary Brown (1916-2001)
Als zevenjarig meisje heeft Rosemary Brown voor het eerst contact met een geest die zich voorstelt als componist. Pas tien jaar later, na het zien van een portret, herkent zij in hem Franz Liszt. Net als vele anderen in haar familie, lijkt ze over paranormale gaven te beschikken.
Tot 1964 leidt Rosemary Brown een tamelijk onopvallend bestaan. Ze is dan een niet bijzonder getalenteerde weduwe van middelbare leeftijd, met een tweedehands piano en één jaar pianoles. Haar buurman, ooit een kerkorganist, is niet onder de indruk: “She could just about struggle through a hymn”.
Maar in dat jaar, na een hernieuwd contact met Franz Liszt, stromen de nieuwe werken van vele overleden componisten bij haar binnen, waaronder een 40 pagina’s tellende sonate en 12 liederen van Schubert, twee sonates van Beethoven en alsnog diens tot dan toe onvoltooide 10e en 11e Symphonie. Nieuwe composities die door kenners werden aangeduid als onmiskenbaar geschreven in de geest van de desbetreffende overleden componist.
De eigen muzikale vaardigheid en bagage van Rosemary Brown (‘een paar pianolessen’) waren overigens veruit ontoereikend om de meeste werken die zij doorkreeg zelf te kunnen spelen.
Haar verhaal én haar muziek leidde tot vele internationale publicaties, radio- en televisie-uitzendingen. In Nederland waren miljoenen mensen getuigen van het NOS-programma ‘Muziek uit het hiernamaals’. Ook was Rosemary Brown te zien in AVRO’s ‘Voor de vuist weg’ van Willem Duys. Het toenmalige Philips-label Phonogram bracht haar doorgekregen werken op plaat uit.
Rosemary Brown werd regelmatig onderzocht en getest door zowel musici als wetenschappers. Men heeft haar nooit op enig bedrog kunnen betrappen.








